Page 11 of 11
1 9 10 11

Ezechiël 44:20-31 Toegang tot de tempel 3

Hun hoofdhaar mogen ze niet afscheren, maar ze mogen het ook niet vrij laten groeien; ze moeten het behoorlijk knippen. Geen van de priesters mag wijn drinken wanneer hij naar de binnenhof gaat. Ze mogen niet trouwen met weduwen of verstoten vrouwen, maar alleen met meisjes die tot het volk van Israël behoren en nog maagd zijn, of met weduwen van priesters. Ze moeten Mijn volk leren wat heilig is en wat niet, en hun het onderscheid leren tussen rein en onrein. Als er een geschil is moeten ze klaarstaan om recht te spreken; ze moeten daarbij Mijn rechtsregels hanteren.

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 45:1-12 Verdeling van de grond 1

Wanneer jullie het land door loting verdelen, moet je een stuk van het land als heilige gave aan de HEER afstaan, van 25.000 bij 20.000 el. Dat hele stuk zal heilig zijn. Van dat afgemeten terrein moet je een stuk van 25.000 bij 10.000 afmeten. Daar moet het allerheiligste heiligdom komen. Een vierkant stuk, van 500 bij 500 met 50 el weidegrond eromheen, is daarvoor bestemd. Dit is een heilig stuk van het land; het is bestemd voor de priesters, die dienst doen in het heiligdom en die in de nabijheid van de HEER mogen komen om Hem te dienen. Het is de plaats voor hun huizen en de heilige plaats voor het heiligdom.

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 45:13-25 Verdeling van de grond 2

Jullie moeten de volgende heffingen afdragen: een zesde efa over een ezelslast tarwe en een zesde efa over een ezelslast gerst; wat betreft de olie, gemeten in bat: een tiende bat over een kor olie – een ezelslast bevat tien bat, dus tien bat is een ezelslast; één dier uit een kudde van tweehonderd uit de waterrijke gebieden van Israël, als graanoffer, brandoffer en vredeoffer, waarmee voor de bevolking verzoening wordt bewerkt – spreekt God, de HEER. De voltallige bevolking van het land moet deze heffing aan de vorst van Israël afdragen. Vervolgens is het aan de vorst om brandoffers, graanoffers en wijnoffers te brengen op de feesten, op sabbat en op nieuwemaan, op alle hoogtijdagen van het volk van Israël.

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 46:1-11 1

Dit zegt God, de HEER: De oostpoort van de binnenhof moet gedurende de zes werkdagen gesloten blijven, maar op sabbat en op nieuwemaansdag moet hij geopend worden. Dan komt de vorst van buiten door de voorhal de poort binnen en stelt zich op bij de deurpost van de poort, en de priesters brengen zijn brandoffer en zijn vredeoffer. Dan moet hij zich neerbuigen op de drempel van de poort en weer naar buiten gaan. De poort mag tot de avond niet gesloten worden. De bevolking van het land moet zich op sabbat en op nieuwemaan bij de toegang van die poort neerbuigen voor de HEER.

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 46:12-24 2

Wanneer de vorst als vrijwillige gave een brandoffer of vredeoffer wil brengen, als vrijwillige gave aan de HEER, dan moet de oostpoort voor hem worden geopend en kan hij zijn brandoffer en vredeoffer op dezelfde manier brengen als op sabbat. Daarna gaat hij weer naar buiten, en de poort wordt gesloten zodra hij buiten is. Breng dagelijks een eenjarige ram zonder enig gebrek als brandoffer aan de HEER, elke morgen weer. En breng daarbij elke morgen een graanoffer van een zesde efa graan en een derde hin olie om door de tarwebloem te mengen, als graanoffer voor de HEER. Deze bepalingen blijven voor altijd van kracht. Elke morgen moeten de priesters een jonge ram, een graanoffer en olie offeren, als een dagelijks brandoffer.

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 47:1-12 De rivier uit de tempel 1

Toen bracht de man mij terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik water onder de drempel van de tempel vandaan komen. Het stroomde naar het oosten, want de voorkant van de tempel lag op het oosten. Het water liep van onder de rechter buitenmuur van de tempel, ten zuiden van het altaar, naar beneden. Hij nam mij door de noordpoort mee naar buiten en we liepen buitenom naar de oostelijke buitenpoort. Daar zag ik het water aan de rechterkant eruit sijpelen. Met een meetlint in zijn hand ging de man naar het oosten, en hij mat 1000 el. Daar liet hij mij door het water waden: het water kwam tot mijn enkels. Hij mat nog eens 1000 el en liet me weer door het water waden: het water kwam tot mijn knieën.

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 47:13-23 De grenzen van het land 2

Dit zegt God, de HEER: Dit is de grens waarbinnen jullie het land als erfelijk bezit mogen verdelen onder de twaalf stammen van Israël – Jozef krijgt meer dan één gebied. Jullie zullen het in bezit krijgen, ieder evenveel, het land dat Ik onder ede aan je voorouders beloofd heb. Dit land zal jullie als bezit ten deel vallen. Dit zijn de grenzen van het land. Aan de noordkant: van de Grote Zee, over de weg naar Chetlon tot men komt bij Sedad, langs Hamat, Berota en Sibraïm, dat tussen de gebieden van Damascus en Hamat ligt,

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 48:1-12 1

Dit zijn de namen van de stammen: In het uiterste noorden, langs de weg naar Chetlon, Lebo-Hamat en Chasar-Enon, bij de grens met Damascus in het noorden, aan de kant van Hamat, krijgt Dan zijn deel, van de oost- tot de westgrens. Grenzend aan Dan krijgt Aser een deel, van oost naar west. Grenzend aan Aser krijgt Naftali een deel, van oost naar west. Grenzend aan Naftali krijgt Manasse een deel, van oost naar west. Grenzend aan Manasse krijgt Efraïm een deel, van oost naar west.

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 48:13-22 2

De Levieten krijgen een gebied dat grenst aan dat van de priesters en even groot is: 25.000 bij 10.000 el. De hele lengte bedraagt 25.000 el en de breedte 10.000 el. Ze mogen er niets van verkopen of verruilen. Men mag het beste deel van het land niet in andere handen laten overgaan, want het is aan de HEER gewijd. De rest van het gebied van 5000 bij 25.000 el is niet heilig; het is bestemd voor de stad, als woongebied en weidegrond. De stad zelf komt in het midden te liggen. Dit zijn de afmetingen ervan: aan de noordkant 4500 el, aan de zuidkant 4500 el, aan de oostkant 4500 el, en aan de westkant ook 4500 el.

0Shares
Lees meer ...

Ezechiël 48:23-35 3

Vervolgens de overige stammen: Benjamin krijgt een deel, van oost naar west. Grenzend aan Benjamin krijgt Simeon een deel, van oost naar west. Grenzend aan Simeon krijgt Issachar een deel, van oost naar west. Grenzend aan Issachar krijgt Zebulon een deel, van oost naar west. Grenzend aan Zebulon krijgt Gad een deel, van oost naar west. Grenzend aan Gad, in het zuiden, loopt de grens vanaf Tamar tot aan het water van Meribat-Kades en dan langs de wadi naar de Grote Zee.

0Shares
Lees meer ...
Page 11 of 11
1 9 10 11