De priesters blijven dagelijks hun dienst verrichten en steeds opnieuw dezelfde offers opdragen die de zonden nooit teniet zullen kunnen doen, terwijl Hij, na Zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed Zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen, waar Hij wacht op het moment dat Zijn vijanden voor Hem tot een bank voor Zijn voeten zijn gemaakt. Door deze ene offergave heeft Hij hen die zich door Hem laten heiligen voorgoed tot volmaaktheid gebracht. Hiervan legt ook de heilige Geest voor ons getuigenis af, want eerst staat er:

‘Dit is het verbond dat Ik na die tijd met het volk van Israël zal sluiten – spreekt de Heer:

In hun hart zal Ik Mijn wetten leggen, in hun verstand zal Ik ze neerschrijven,’ en even verder staat er:

‘Aan hun zonden en hun wetteloosheid zal Ik niet meer denken.’ Waar dat alles vergeven is, daar is geen offer voor de zonde meer nodig.

Loading

0Shares