Dit heeft God, de HEER, mij laten zien:

Ik zag hoe Hij een zwerm sprinkhanen schiep net toen het nagras opkwam. (Dat is het gras dat opkomt nadat er voor de koning al gemaaid is.) En toen de sprinkhanen ook het laatste groen van het land wegvraten, zei ik:

‘HEER, mijn God, vergeef het volk van Jakob toch, hoe zou het dit kunnen overleven? Het is zo klein!’ Toen kreeg de HEER medelijden:

‘Het zal niet gebeuren,’ zei de HEER.

Dit heeft God, de HEER, mij laten zien:

Ik zag hoe God, de HEER, bevel gaf om het land met vuur te straffen. De vlammen verteerden het water in de diepte, en toen ze over het land sloegen zei ik:

‘HEER, mijn God, ik smeek U:

houd op hiermee! Hoe zou het volk van Jakob dit kunnen overleven? Het is zo klein!’ Toen kreeg de HEER medelijden:

‘Ook dit zal niet gebeuren,’ zei God, de HEER.

Dit heeft Hij mij laten zien:

Ik zag hoe de Heer op een loden muur stond met een loden voorwerp in Zijn hand. En de HEER vroeg mij:

‘Wat zie je, Amos?’ Ik antwoordde:

‘Lood.’ Toen zei de Heer:

‘Een loden last zal Ik Mijn volk Israël opleggen, Ik zal het niet langer sparen. De offerhoogten van Isaaks volk zullen worden verwoest, de heiligdommen van Israël zullen in puin vallen, en Ik zal het huis van Jerobeam treffen met het zwaard.’

Loading

0Shares