Page 3 of 3
1 2 3

1 Kronieken 29:10-20 David draagt zijn taken over aan Salomo 4

Toen loofde David de HEER, ten aanhoren van de hele gemeenschap. Hij zei: ‘Geprezen bent U, HEER, God van onze voorvader Israël, voor altijd en eeuwig. U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort U toe, HEER, U bezit het koningschap en de heerschappij. Roem en rijkdom zijn van U afkomstig, U heerst over alles. In Uw hand liggen macht en kracht besloten, U beslist wie groot en machtig is. Daarom danken wij U, onze God, en prijzen wij Uw luisterrijke naam. Wat ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zijn gebleken zoveel kostbaarheden af te staan?

0Shares
Lees meer ...

1 Kronieken 29:21-30 David draagt zijn taken over aan Salomo 5

De volgende dag brachten ze vredeoffers en brandoffers aan de HEER: duizend stieren, duizend volwassen rammen en duizend jonge rammen, en de bijbehorende wijnoffers. Voor de verzamelde Israëlieten werd een enorm aantal dieren geslacht. Vol blijdschap aten en dronken ze die dag ten overstaan van de HEER. Davids zoon Salomo werd ten tweeden male tot koning uitgeroepen. Ten overstaan van de HEER zalfde men hem tot vorst, en Sadok tot hogepriester.

0Shares
Lees meer ...

2 Kronieken 1:1-13 Salomo’s wijsheid en rijkdom 1

Salomo, de zoon van David, verstevigde zijn positie als koning. De HEER, zijn God, stond hem ter zijde en maakte hem buitengewoon machtig. Salomo ontbood de vertegenwoordigers van heel Israël: de bevelhebbers over duizend man en die over honderd, de rechters en alle leiders, alle familiehoofden, kortom, de hele gemeenschap van Israël. Samen met hen ging hij naar de offerhoogte van Gibeon. Daar stond de ontmoetingstent van God, die Mozes, de dienaar van de HEER, in de woestijn had gemaakt. De ark van God daarentegen was door David opgehaald uit Kirjat-Jearim en overgebracht naar Jeruzalem, naar de tent die hij ervoor had opgericht.

0Shares
Lees meer ...

2 Kronieken 1:14-17 Salomo’s wijsheid en rijkdom 2

Salomo bracht wagens en paarden bijeen. Hij bezat veertienhonderd wagens en twaalfduizend paarden, die hij deels in Jeruzalem bij zich hield en deels onderbracht in garnizoenssteden verspreid over het land. Dankzij koning Salomo waren zilver en goud in Jeruzalem even gewoon als steen en was er aan cederhout net zo’n overvloed als aan wilde vijgenbomen in het heuvelland.

0Shares
Lees meer ...

2 Kronieken 1:18-2:1-9 Voorbereidingen voor de tempelbouw 1

Salomo besloot een tempel te bouwen voor de naam van de HEER, en een koninklijk paleis voor zichzelf. Hij beschikte over zeventigduizend sjouwers en tachtigduizend steenhouwers in het gebergte, die onder leiding stonden van zesendertighonderd opzichters. Hij stuurde afgezanten naar koning Churam van Tyrus met het volgende verzoek: ‘Indertijd hebt u mijn vader David cederhout geleverd voor de bouw van een paleis. Nu wil ik beginnen met de bouw van een tempel voor de naam van de HEER, mijn God. Die zal ik aan Hem wijden om Hem er reukoffers te brengen,

0Shares
Lees meer ...

2 Kronieken 2:10-17 Voorbereidingen voor de tempelbouw 2

Koning Churam van Tyrus stuurde Salomo een brief met het volgende antwoord: ‘Omdat de HEER Zijn volk liefheeft, heeft Hij u als koning over hen aangesteld.’ De brief vervolgde: ‘Geprezen zij de HEER, de God van Israël, de Schepper van hemel en aarde, die aan koning David een wijze zoon heeft gegeven die over verstand en inzicht beschikt en een tempel wil bouwen voor de HEER en een koninklijk paleis voor zichzelf. Ik stuur u hierbij iemand die over groot vakmanschap beschikt, meester Churam.

0Shares
Lees meer ...

2 Kronieken 3:1-9 Bouw en inrichting van de tempel 1

Toen begon Salomo met de bouw van de tempel voor de HEER, in Jeruzalem, op de berg Moria, waar zijn vader David een verschijning had gehad, op de dorsvloer van de Jebusiet Ornan die David als bouwplaats had aangewezen. Salomo begon met de bouw op de tweede dag van de tweede maand in het vierde jaar van zijn regering. Het grondplan dat Salomo bij de bouw van de tempel voor God volgde, mat zestig el in de lengte en twintig el in de breedte (volgens de oude maat).

0Shares
Lees meer ...

2 Kronieken 3:10-17 Bouw en inrichting van de tempel 2

Voor het allerheiligste liet Salomo twee cherubfiguren maken, die hij liet vergulden. Hun vleugels hadden een gezamenlijke lengte van twintig el. Elke cherub had twee vleugels van elk vijf el lang, waarvan één vleugel de wand raakte en de andere de vleugel van de andere cherub. Samen hadden hun vleugels dus een spanwijdte van twintig el.

0Shares
Lees meer ...

2 Kronieken 4:1-10 Bouw en inrichting van de tempel 3

Salomo liet een bronzen altaar maken van twintig el lang, twintig el breed en tien el hoog. Hij liet ook de Zee maken, een bekken van gegoten brons, vijf el hoog, met een middellijn van tien el en een omtrek van dertig el. Aan de onderkant was het omkranst met een band van tien el lang, die bestond uit twee rijen runderen, en die met het bekken was meegegoten. Het bekken rustte op twaalf runderen: drie met hun kop naar het noorden, drie met hun kop naar het westen, drie met hun kop naar het zuiden en drie met hun kop naar het oosten;

0Shares
Lees meer ...

2 Kronieken 4:11-22-5:1 Bouw en inrichting van de tempel 4

Churam maakte ook nog vuurbekkens, vuurscheppen en offerschalen, en daarmee was het werk dat koning Salomo hem voor de tempel van God had opgedragen voltooid. De twee zuilen met de twee bolvormige kapitelen erop, het vlechtwerk waarmee die kapitelen op de zuilen waren omhuld, de vierhonderd granaatappels die in twee rijen aan het vlechtwerk om de bolvormige kapitelen op elk van de zuilen hingen, de onderstellen met de spoelbekkens erop, de Zee, waarvan er maar één was, met de twaalf runderen eronder, en de vuurbekkens, vuurscheppen, drietandige vorken en alle bijbehorende voorwerpen die meester Churam in opdracht van koning Salomo voor de tempel van de HEER had gemaakt,

0Shares
Lees meer ...
Page 3 of 3
1 2 3