Deuteronomium 32:16-31 Laatste aanwijzingen; het lied van Mozes 4

Ze tergden Hem met vreemde goden, met gruwelijke beelden krenkten ze Hem. Ze brachten offers aan demonen, aan goden die geen goden zijn, goden die zij eerst niet kenden, nieuwkomers, nog maar net in zwang, die voor hun voorouders niet eens bestonden. U vergat de God die u gebaard heeft, u verwierp de rots die u ter wereld bracht. Toen de HEER zag wat u deed, bemerkte hoe Zijn kinderen Hem krenkten, ontstak Hij in hevige toorn en zei: “Ik zal me van hen afkeren en dan eens zien hoe het hun vergaat. Want dit is een verdorven geslacht, niemand van hen is te vertrouwen.

0Shares
Lees meer ...

Deuteronomium 32:32-47 Laatste aanwijzingen; het lied van Mozes 5

De wijn die Ik hun te drinken geef is afkomstig van Sodoms wijnstok, hij komt uit Gomorra’s wijngaarden; bittere, giftige druiven brengen die voort, de wijn ervan is vol venijn, dodelijk als het gif van slangen. Ik heb dat allemaal bewaard, het opgeborgen in Mijn schatkamers voor de dag dat Ik wraak ga nemen, het tijdstip waarop Ik hun kwaad vergeld, wanneer aan hun voorspoed een einde komt. Want de dag van hun ongeluk is nabij, hun noodlot komt onafwendbaar op hen af.” Want de HEER zal Zijn volk recht doen, Hij ontfermt zich weer over Zijn dienaren. Als Hij ziet dat alle krachten hun begeven en weldra iedereen bezwijkt, zal Hij zeggen: “Waar zijn je goden nu? Waar is de rots waarop je steunde?

0Shares
Lees meer ...

Deuteronomium 33:1-16 Mozes’ zegen en zijn dood 2

Dit is de zegen die Mozes, de godsman, uitsprak over de stammen van Israël, voor hij stierf. Hij zei: ‘De HEER verscheen vanaf de Sinai, Zijn licht bescheen hen van de Seïr, met luister kwam Hij van de bergen van Paran. Talloze engelen vergezelden Hem, bliksem flitste uit Zijn rechterhand. Hij kreeg Israëls stammen lief, Hij hield al de Zijnen in Zijn hand. Ze waren gezeten aan Zijn voeten en ontvingen Zijn onderwijzing. Mozes gaf ons zijn onderricht als een kostbaar bezit voor Jakobs volk. Zo werd de HEER Koning van Jesurun, terwijl de oudsten van het volk bijeen waren en de stammen van Israël zich verzameld hadden. Ruben, hij moge leven, en niet sterven, hoe gering zijn aantal ook is.’

0Shares
Lees meer ...

Deuteronomium 33:17-29 Mozes’ zegen en zijn dood 3

Machtig als een eerstgeboren stier is hij; hij heeft twee horens als een oeros, waarmee hij vijandige volken wegstoot tot voorbij de einden der aarde: het zijn Efraïms tienduizenden en de duizenden van Manasse.’ Over Zebulon zei hij: ‘Een voorspoedige vaart, Zebulon! En moge Issachar geluk vinden in zijn tenten! Zij nodigen de anderen naar de berg waar ze waardige offers brengen. Zij halen overvloed van overzee, graven rijkdom op van onder het zand.’ Over Gad zei hij: ‘Geloofd is hij die ruimte gaf aan Gad. Gad waakt over zijn deel als een leeuwin, die alles verslindt wat in haar klauwen valt. Het beste land koos hij voor zichzelf: dat land was een aanvoerder waardig, daar verzamelden zich de oudsten van het volk.

0Shares
Lees meer ...

Deuteronomium 34:1-12 Mozes’ zegen en zijn dood 4

Toen verliet Mozes de vlakte van Moab en hij beklom de Nebo, een van de toppen van de Pisga, tegenover Jericho. Daar liet de HEER hem het hele land zien: het hele gebied van Gilead tot aan Dan, Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, heel Juda tot aan de zee in het westen, de Negev, de Jordaanvallei en de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar. De HEER zei tegen hem: ‘Dit is het land waarvan Ik aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zou geven.

0Shares
Lees meer ...